Waarom?

Door versnippering van het landschap kent Nederland veel bedreigde soorten die in geïsoleerde en kleine populaties voorkomen. Door verlies van genetische variatie en problemen met de voortplanting nemen de overlevingskansen af. Gegevens over de levensvatbaarheid van kwetsbare en bedreigde soorten zijn dus hard nodig voor duurzame natuurontwikkeling, -behoud en -herstel.

De belangrijkste herstelmaatregelen om de biodiversiteit te behouden of te stimuleren worden gezocht in het herstel van de habitatkwaliteit en het verbinden van landschapselementen (doelstelling Natura 2000 en Nationaal NatuurNetwerk (NNN)). Herstel van de randvoorwaarden van een bepaald habitattype moet dan leiden tot spontane terugkeer of uitbreiding van de soorten in deze gebieden. Uiteraard is een goed habitat een eerste vereiste voor het functioneren van een soort. Er zijn zeker soorten die positief reageren, maar helaas zijn er ook soorten die ondanks deze maatregelen blijft afnemen.

De voor- of achteruitgang van deze populaties wordt gemeten door het tellen van aantallen volwassen (bloeiende) planten en dieren. Nu blijkt dat bepaalde soorten langzaam maar zeker verdwijnen uit het Nederlandse landschap zonder dat daar een goede verklaring voor is. De oorzaak is dat door de versnippering van het landschap niet alleen de kwaliteit van het leefgebied is aangetast, maar ook de levensvatbaarheid van de soorten zelf (zie pagina expertise). Hierdoor zijn soorten niet meer in staat om op herstel van het leefgebied te reageren. De geplande bezuinigingen op de natuur maken het er niet makkelijker op. Het voltooien van de NNN is vertraagd wat het verbinden van gebieden in gevaar brengt. Kleine populaties van bedreigde en kwetsbare soorten hebben dus een steun in de rug nodig, zeker gezien de  plannen van het huidige kabinet t.a.v. het natuurbeleid.