Spaanse ruiters heroveren Brabants blauwgrasland

Spaanse ruiters heroveren Brabants blauwgrasland

Een multidisciplinaire aanpak voor toekomstig herstel van habitatkwaliteit, genetische diversiteit en voortplantingssucces

Spaanse ruiter (Cirsium dissectum) is een prioritaire soort voor de provincie Noord-Brabant. De soort is landelijk gezien vrij zeldzaam en is een kensoort van het Blauwgrasland (Cirsio dissectum-Molinietum) en meer in het bijzonder voor het habitattype H6410. Spaanse ruiter, die met zijn paarse bloeiwijzen opvallend afsteekt tegen de blauwgroene kleur van blauwgraslanden, is daarmee het vlaggenschip van het blauwgrasland.

In 2006 is een herstel- en ontwikkelplan voor schraallanden in Noord-Brabant opgesteld (Cools et al., 2006), waarin werd gesteld dat “sinds 2000 de oppervlakte Blauwgrasland in de resterende gebieden in Noord-Brabant sterk achteruit is gegaan en veelal in levensgevaar verkeert”. Ondanks dit herstelplan is spaanse ruiter echter nog verder achteruitgegaan, en daarmee ook de kwaliteit van het blauwgrasland in Noord-Brabant. De afname is een indicatie van verdere afname van de habitatkwaliteit, van de levensvatbaarheid van de resterende populaties, en/of van een wisselwerking daartussen. Populaties van Spaanse ruiter lijken groot, maar vanwege hun vegetatieve vermeerdering kunnen populaties slechts uit enkele tot enkele tientallen genotypen (=genetisch identieke rozetten) bestaan. Onderzoek in 2018 heeft uitgewezen dat de honderden rozetten die verspreid over drie Brabantse restpopulaties voorkomen slechts tot 23 genetisch verschillende individuen behoren (Luijten e.a., 2018). Deze beperkte genetische diversiteit is een beperking voor aanpassing aan veranderende omstandigheden én voor de bestuiving en zaadproductie. Door de geïsoleerde ligging van de gebieden vindt er geen genetische uitwisseling meer plaats tussen de populaties, waardoor verloren diversiteit niet meer wordt aangevuld en de kans op inteelt (zeer) groot is.

Voor het voortbestaan van de soort is het van belang dat:
(a) de habitatkwaliteit wordt behouden en hersteld,
(b) de populaties beschikken over voldoende genetische diversiteit, en
(c) het lokale beheer naast klonale uitbreiding ook vermeerdering vanuit zaad mogelijk maakt.

Om dit te bereiken is het nodig om van de resterende in Noord-Brabant de knelpunten te bepalen voor elk van de hier bovengenoemde aspecten.

Dit project wordt mogelijk gemaakt door de Provincie Noord-Brabant en is een samenwerking met Onderzoekscentrum B-WARE, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.